Deze site maakt gebruik van cookies.
Toon informatie voor:
Iedereen
Home >

Keuze in dagbesteding?

Thema: Leef je leven

In 2017 en 2018 hebben Ieder(in), het LSR en KansPlus kwalitatief onderzoek gedaan naar de ervaringen bij de zoektocht naar passende Wlz-dagbesteding gebaseerd op ruim 100 ervaringen van cliënten en familieleden van mensen met een beperking. De uitkomsten hiervan zijn nu bekend.

Een eerder onderzoek was de aanleiding om een vervolgonderzoek te starten. Dit eerdere onderzoek vond plaats in het kader van de Vernieuwingsagenda ‘Waardig leven met zorg’ van 26 februari 2016 en is op 1 april 2017 naar de Tweede Kader verstuurd.

Download de onderzoeksresultaten

Vervolgonderzoek Ik doe mee! Samen sterk voor kwaliteit

In het eerste onderzoek is naar voren gekomen dat persoonlijke keuzes voor dagbesteding sterk onder druk staan. Veel mensen gaven aan dat zij gedwongen worden voor andere dagbesteding te kiezen. In het vervolgonderzoek is tijdens de kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg een onderzoek gedaan naar de cliëntroutes met de nadruk op het maken van keuzes voor dagbesteding.

Verandering: opgelegd of vrijwillig?

Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de geïnterviewden genoodzaakt is van dagbesteding te veranderen door wijzigingen in het aanbod van de zorgaanbieder. Sluiting van voorzieningen, reorganisaties, vervoerskostenbudget en decentralisaties vormden veelal de achtergrond. Ook hanteren de verschillende zorgaanbieders andere criteria voor de maximale afstand en vergoeding voor woon-dagbestedingsverkeer.

Opmerkelijk is dat meer dan de helft genoodzaakt is van dagbesteding te veranderen door wijzigingen bij de zorgaanbieder

Decentralisaties

Door de decentralisaties in de wetgeving is ook een verandering te zien in dagbesteding. Vaak had dat te maken met verandering van populatie met een grotere groep of minder begeleiding tot gevolg, het zogenaamde Wmo-weglekeffect.

Indicatie Zorg met verblijf

Mensen met een indicatie voor Zorg met verblijf die wél zelf de keuze maakten voor andere dagbesteding (intern of extern) hadden daar verschillende redenen voor, zoals: aanbreken van een nieuwe levensfase (transitie school-werk), verhuizing,  persoonlijke groei en de behoefte aan iets nieuws. Doorgaans nam deze groep zelf het initiatief om op zoek te gaan en kreeg daarbij medewerking en steun van de betrokken zorgorganisatie(s).

Reorganisaties

De groep geïnterviewden die verplicht is veranderd van dagbesteding (50%) als gevolg van een reorganisatie heeft dit vaak ervaren als een niet veranderbaar feit. Er was dan ook geen sprake van keuze of meedenken over een nieuwe plek. Bij een groot aantal mensen is zonder overleg een nieuwe dagbesteding ingevuld door de zorgaanbieder.

Belemmeringen

Het blijkt soms een hele uitdaging te zijn om dagbesteding te vinden die aansluit bij persoonlijke interesses, mogelijkheden en perspectieven. Mensen kunnen verschillende belemmeringen tegenkomen. Een greep: kleinschaliger initiatieven vallen af als er geen bereidheid is bij de zorgaanbieder om zorg persoonsvolgend ‘buiten de deur’ te financieren bijvoorbeeld via onderaannemerschap. Soms wordt onjuiste informatie verstrekt of druk uitgeoefend om de cliënt te behouden voor de eigen dagbesteding. Het komt voor dat mensen buiten de boot vallen doordat selectie plaatsvindt. Voor mensen met een intensieve zorgvraag is het aanbod -zelfs in de grote regio- vaak zeer beperkt.

Informatie en ondersteuning in de praktijk

Ongeveer 15% van de geïnterviewden vertelde goed geïnformeerd te zijn door zijn zorgaanbieder of school. Meer dan de helft van de geïnterviewden is of voelt zich niet volledig geïnformeerd. Soms was er sprake van alleen een mededeling, in andere situaties was alleen informatie beschikbaar over alternatieven binnen de eigen organisatie. Iets meer dan een kwart van alle geïnterviewden is zelf actief op zoek gegaan naar informatie of had de kennis al in huis door hun beroep.

Grote verschillen

Uit het onderzoek blijkt dat er grote verschillen zijn in de ondersteuning die mensen aangeboden krijgen. Slechts 16% van de geïnterviewden heeft gebruik gemaakt van onafhankelijke cliëntenondersteuning [link onafhankelijke cliëntondersteuning]. Meer dan 50% van de respondenten was zelfs niet bekend met de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntenondersteuning. Uit de interviews blijkt dat ook medewerkers van zorgorganisaties vaak niet bekend zijn met onafhankelijke cliëntenondersteuning.

 

In de situaties van opgelegde verandering was nog minder sprake van ondersteuning. Bij schoolverlaters zien we een ander beeld: zo’n 70% heeft veel gehad aan de ondersteuning vanuit school. De meeste leerlingen en ouders gingen ook zelf actief op zoek. Maar ook bij deze groep is onafhankelijke cliëntenondersteuning vaak niet bekend of laat de toegang ertoe te wensen over. Juist in deze transitiefase waarin veel dingen veranderen, is deze vorm van ondersteuning (levensbreed en levenslang) belangrijk.

Vind je dit artikel leuk om te lezen?

Plaats ook een reactie




Let op. Jouw reactie kan straks gelezen worden door alle bezoekers.
Wees daarom voorzichtig met wat je zegt en wees beleefd naar anderen.